“Lokaal is het nieuwe mondiaal.” Interview met GROOS

“Lokaal is het nieuwe mondiaal.” Interview met GROOS

GROOS in het kort

GROOS is een warenhuis met uitsluitend producten van Rotterdamse bodem. Inmiddels hebben zij een grote en kwalitatief hoogwaardige selectie weten te maken van getalenteerde Rotterdamse ontwerpers en makers. De winkel is een jaar geleden geopend. Beards & Suits is benieuwd hoe ze de winkel van de grond hebben weten te krijgen en hoe het ze gelukt is om zoveel aandacht te krijgen.

Fotografie: Anouk Griffioen

Hoe zijn jullie gestart?

De winkel is op 28 feb 2013 geopend en binnenkort vieren we dus ons 1-jarig bestaan. Het idee is 3 jaar geleden ontstaan. Bij ons op de stoep, we waren buurjongens. Tjeerd creatief, Joost zakelijk. Tjeerd was afgestudeerd aan de Willem de Kooning Academie en stond achter de bar van BAR. Tjeerd is nooit verder gekomen dan het tweede jaar (“was echt een leuk jaar!”) de Consul en BAR. Wij zagen dat er veel werk gemaakt werd in Rotterdam door designers en makers dat niet zichtbaar werd. Er was ook geen verzamelplek voor en wij vonden dat die plek gemaakt moest worden.

Toen we het idee hadden was de grote vraag: maar hoe doe je dat dan? We hadden weinig  geld en het idee was niet echt interessant voor een bank. De uitdaging wordt dan om het neer te zetten met minimale middelen en tegelijkertijd een hoog niveau te behouden. Er zijn voldoende pop-up shopjes maar het heeft vaak net niet de kwaliteit. Je gaat eerst op zoek naar het concept en dat ga je testen. We zijn hierin volledig lean te werk gegaan. We vertelden het aan iedereen. Afhankelijk van beschikbare ruimtes die we tegenkwamen pasten we het plan dan aan. We hebben heel lang gezocht naar de balans tussen plan en ruimte dat daarbij nodig was en vice versa. Het concept is leidend, maar mag nooit leidinggevend zijn.

Vanaf idee tot aan opening heeft het ca. 2 jaar geduurd voordat het plan een beetje stond en de locatie zich aandiende die bij het concept leek te passen.

Tjeerd werkte bij BAR en die ging zich vestigen in Schieblock. Deze plek stond nog leeg en ZUS (Het architectenbureau dat samen met Codum het Schieblock runt) wilde er retail in. Aanvankelijk dachten we niet dat we GROOS in Schieblock zouden gaan doen, omdat deze omgeving niet leefde. Pas de laatste 2 jaar is dat gaan leven. November 2012 kwam toen dus de kans en was de ruimte beschikbaar. Eind december kregen we de sleutel. We hadden 50 makers op het oog om mee te starten. Maar we hadden geld nodig (ca. € 15.000) en zijn dat gaan zoeken. We hebben dat met onze eigen spaarpot, vrienden, familie en de Fleur Groenendijk Foundation voor elkaar gekregen.

In samenwerking met ZUS en Leon Kranenburg (WOAU) hebben we de hele vormgeving van GROOS en de winkel gedaan. Toen we de sleutel kregen zijn we als een gek gaan verbouwen met vrienden en familie.

Wat heeft ervoor gezorgd dat jullie vrij snel een grote achterban hadden?

Alle makers die wij vertegenwoordigen hebben een belang bij het succes van GROOS. Zij zijn daardoor eigenlijk allemaal ambassadeurs waardoor we inmiddels meer dan 150 makers hebben die allemaal op hun manier hun eigen netwerk activeren om GROOS onder de aandacht te brengen. Verder heeft de pers ons al vroegtijdig opgepakt waardoor we veel publiciteit hebben ontvangen.

Hoe stellen jullie het assortiment samen?

Gemiddeld krijgen we 1 aanmelding van een maker per dag. Minstens driekwart moeten we teleurstellen. Dat is best lastig omdat het vaak klanten of oud-klasgenoten zijn. Je zou de zaak ook eenvoudig kunnen vullen met 50% tassen en 50% sokken. Je moet dus cureren om zo het assortiment kwalitatief hoogwaardig en in balans te houden. Het is lastig om die mix te houden. Ook van gevestigde namen en jonge talenten. Het moet uit Rotterdam komen en kwaliteit hebben. Een belangrijk selectiecriterium is ook dat we het zelf moeten willen kopen, aan vrienden/vriendin of familie willen geven.

Sinds vorige week is er ook het platform online, waarbij het verhaal van GROOS en de verhalen van de makers achter de producten beter uitkomt. En als je dat goed wilt doen is het eigenlijk weer een aparte tak van sport waar je je volle aandacht voor nodig hebt. De kracht zal uiteindelijk moeten komen te liggen in de synergie tussen on- en offline.

Je voelt een enorme energie in GROOS. Zou je kort kunnen beschrijven wat jullie drive is?

De stad heeft een plek als dit nodig. Lokaal is het nieuwe mondiaal. Als je goed om je heen kijkt, kun je eigenlijk alles uit je directe omgeving krijgen. Mensen zien dat niet en wij maken dat zichtbaar. Het heeft ook gewoon een chauvinistische achtergrond. Wij houden van deze stad en willen deze stad beter maken. Mensen die er wonen laten zien wat er is. Mensen worden daar blij van.

Het is alleen maar goed voor je stad als merken er goed gedijen. Als we met z’n allen gewoon hele toffe dingen maken, dan kan men er niet meer omheen. Dat is anders dan vroeger dat je bekendheid moest krijgen in kranten en hippe magazines. Maar de bladen en kranten hebben het niet meer voor het zeggen.

Wie zijn je klanten?

Dat is heel breed. Je kunt het misschien omschrijven als de culturele middenklasse. Het kan ook iemand zijn van Shell die in de pauze iets koopt. Creatieven, of toeristen die geen standaard souvenir willen.

Verdienmodel

Onze producten nemen we in consignatie; wij kopen dus geen voorraad in. Wij vragen ook geen geld of huur voor producten om er te mogen liggen zoals ze dat bijvoorbeeld bij Hutspot in Amsterdam doen. Wij willen dat niet. Als wij geloven in het product, dan willen we het in de winkel hebben.

Maar van de winkel alleen kun je niet leven. We verhuren een deel van de winkelruimte aan 30KUUB (een expositieruimte voor ontwerp) en in de kelder zitten ateliers, werkruimtes, een foto studio en een tattoo-studio.

En voor de zakelijke markt hebben we de GROOS Doos ontwikkeld. Dat is een groot succes. Het blijkt heel goed aan te sluiten bij de filosofie van organisaties als Rotterdam Marketing.

In 2014 willen we de winkel naar een hoger niveau krijgen en in combinatie met de webshop lanceren we een uniek concept.

In alles wat we doen, moeten we het tof vinden. Uiteindelijk gaat er wel geld verdiend worden. Joost werkt er ook nog naast. Het is niet onze drive om er veel geld mee te verdienen. We gaan gewoon heel veel dingen doen vanuit onze missie om mooie Rotterdamse producten op de kaart te zetten en zien wel of het aanslaat. Het moet eerst tof zijn en het geld verdienen komt daarna.

Wat vind je het meest lastige in het runnen van het bedrijf?

Continu bezig zijn om focus te behouden. Er zijn zoveel mogelijkheden die je eigenlijk allemaal wilt pakken. Als je niet je focus weet te behouden dan ga je vroeg of laat nat. Sla ieder willekeurig management boek er maar op na. Dat moet je leren en kun je leren. Het is de focus hebben EN je moet altijd beter, meer, sneller willen. Binnen 1 jaar stonden we van schilderen hier tot aan rondleiden van bobo’s en journalisten van de Duitse Vogue.

Je mag nooit stil zitten, continu bezig blijven. In het begin ga je er veel teveel in op. Je moet op zoek gaan naar balans.

Waar ligt jullie uiteindelijke ambitie?

Ambitie en missie is het Rotterdamse product sterker maken, waar ook ter wereld. We zijn bijvoorbeeld in gesprek met een agent in Japan. We geloven er zo sterk in dat we het wereldwijd zouden moeten kunnen verkopen.

Fotografie: Anouk Griffioen

Comments, vragen

Leave a Reply