Interview modeontwerper Hans Ubbink

Interview modeontwerper Hans Ubbink

Dit interview is afgenomen 1 week voordat Hans Ubbink in de media aankondigde dat hij met zijn label gaat stoppen. In dit interview stipt hij een aantal punten aan die mogelijk van invloed zijn geweest op deze beslissing. Voor ondernemers die al langer bezig zijn en dit interview lezen, zitten er waarschijnlijk hele herkenbare dingen in, bijvoorbeeld dat hij het ondernemen sinds de crisis veel minder leuk is gaan vinden.

Over Hans Ubbink

Hans Ubbink is een bekend Nederlands modeontwerper en runt samen met zijn vrouw het gelijknamige modelabel. Hij heeft ook aan de basis gestaan van Van Gils en JC Rags.

Wat is je achtergrond?

Op de academie (Artez, Anhem) helpen ze om je eigen stijl en richting te ontwikkelen. Maar ik wilde meer leren dan stijl en vormtaal. Ik wilde aan de slag bij drie soorten bedrijven: commercieel, modieus en media. Ik was de enige student in 1986 die mannenmode maakte; dat maakte mij uniek.

Ik was een boek aan het maken voor een uitgever, toen Soap Studio (Nederlands modelabel) belde of ik wilde komen werken voor ze. Toen ik daar een jaar zat ben ik gevraagd om bij Van Gils te komen werken. Dat heb ik 7 jaar gedaan. Ik deed daar zowel de collectie als de presentaties, PR en de shows. Ik was m.a.w. verantwoordelijk voor het creatieve deel van het bedrijf. Toen Van Gils failliet ging in 1992 was dat voor mij persoonlijk één van de mooiste dagen van mijn leven. Ik zat daar nl. enigszins vast. Ze betaalden te goed om weg te gaan en tegelijkertijd te weinig om er financieel onafhankelijk door te worden en daarmee volledige vrijheid te krijgen. Door het faillissement werd ik gedwongen om weg te gaan en dit was daardoor hét moment om mijn eigen label te beginnen.

Hoe ben je gestart?

Ik heb toen eerst onderzoek gedaan naar de merknaam. Dat deed ik door naar winkels te gaan waarvan ik dacht dat mijn klanten kwamen. Ik ben toen een aantal verschillende namen gaan testen maar de keuzes die de mensen maakten vond ik eigenlijk maar niks.Ik ben toen opnieuw begonnen en heb zelf de naam verzonnen: mijn initialen (JC) plus de vodjes waar ik altijd op tekende (Rags) werd JC Rags. Vervolgens heb ik advies ingewonnen bij een dessinateur. Die adviseerde me te gaan praten met iemand die in de vrouwenmode zit. Daar ben ik mee in gesprek gegaan en dat is mijn partner geworden. De constructie was dat als ik dit gratis zou doen en aandelen zou krijgen als ik een bepaalde omzet zou halen. Toen ik die omzet ruimschoots haalde zei hij ‘je moet het nog een half jaar gratis doen en dan….’. Toen was ik er klaar mee ben ermee gestopt.

Daarna ben ik met Secom in zee gegaan. Ik organiseerde sales, collectie en productie. Ik had daar opties op aandelen en toen ik die na 7 jaar wilde verzilveren, bleek dat de aandelen al aan anderen toebedeeld waren en konden ze niet leveren. Daar ben ik toen ook gestopt.

Vervolgens ben ik met vrienden gaan zitten. Wat ga ik doen? Een winkel beginnen of helemaal zelfstandig een label opzetten? We kozen voor het laatste en hebben toen het huis verkocht en de overwaarde geïnvesteerd in het bedrijf. Vervolgens een cashflow overzicht gemaakt en toen ging de bank ook mee. Dat is het huidige Hans Ubbink.

Ik heb me ook altijd bezig gehouden ook met financiële kant van het bedrijf en in de gaten gehouden waar ik winst kan behalen.

Waar kwam het vandaan dat jij je ook met de financiële kant van het bedrijf bemoeide?

Ik kom eigenlijk uit een marketing nest. Ik realiseerde me tijdens de academie al dat als mensen het niet zien, of het niet kunnen betalen, dat het dan geen zin heeft. Dan blijf je autonoom kunstenaar en dat wilde ik niet zijn. Op school was handel niet mijn beste vak, maar als het je eigen bedrijf is dan moet je je er wel in verdiepen.

Waarin was je uniek?

Het maakt wel uit of het je gaat om het product of dat je zelf iets wilt worden. Bij veel studenten ging het om de status. Ik ben wel echt productgek dus ik ging gewoon dingen maken en vervolgens kijken of die latente behoefte er is. Zo ben ik begonnen in 1992. De mannencollecties die er toen waren zagen er heel anders uit; dat bestond toen niet. Mensen vroegen zich eerst af of het mannen- of vrouwencollectie was doordat ik jasjes doorelkaar hing met overhemden etc. Veel mensen begrepen dat niet. Ik heb toen wel even gedacht: misschien zie ik het verkeerd. Maar ik ben er in blijven geloven en heb doorgezet.

Ondanks dat mijn naam eraan verbonden is, is het toch vooral het product dat het succes draagt. Als je startend bent is het belangrijk dat je de pers haalt doordat je iets nieuws te melden hebt. Dat is nu nog lastiger. Je hebt nu zoveel verhaaltjes en media en er is steeds minder ruimte voor diepte. Het is belangrijk om te weten waarom iets wordt gemaakt. Als je de context weet, dan begrijp je de ontwerpen beter. Dat is nu lastig voor startende creatieven: hoe maak ik duidelijk dat mijn aanpak anders is dan anderen en dat het een oprecht en integer proces is, in plaats van dat je iets maakt dat in het nieuws kan komen.

Tijdens mijn studie spaarde ik heel lang voor een jasje van 1200 gulden. Toen ik dat eenmaal kon betalen droeg ik het 3 jaar en daarna niet meer. Toen dacht ik: dat moet anders kunnen. Ik wil ontwerpen maken die wel bijzonder en onderscheidend waren, dat tegelijkertijd toch betaalbaar en bereikbaar is. Maar dat is heel lastig.

Mijn vader zei altijd: zeg nooit “nieuw” maar “vernieuwd”. Mensen willen wel iets herkenbaars. Als je het onherkenbaar maakt dan staat het te ver af van mensen en kopen ze het niet. Mijn merk is in speelfilms het meest gedragen merk. Omdat ik iets maak dat zich onderscheidt van wat zich op de markt bevindt, maar toch herkenbaar is.

Wie zijn je klanten?

Ik heb eigenlijk nooit helder gehad wat mijn doelgroep is. Dat is mijn grootste makke. Ik vind het ’t leukst om mensen te verrassen en daarom wil ik niet teveel aan doelgroepen denken. Er is ook nog een onderscheid in klanten en doelgroep. Mijn klanten zijn dewinkels, mijn doelgroep zijn de mensen, de consument.

Ik verkoop alleen in Nederland. Ik houd me vooral bezig met productontwikkeling, niet met sales. We zijn een Nederlands merk met internationale allure. Je moet zorgen dat je een product hebt dat kan concurreren met de buitenlandse merken. We zijn altijd bezig geweest met product.

Mensen hebben de perceptie dat mijn merk duur is, maar dat is niet zo. Mensen om me heen adviseren me wel eens dat ik de prijs moet verhogen. Maar dat wil ik niet, ik wil het bereikbaar houden.

Met een webshop verkoop je direct aan je klant. Is het dan niet belangrijk om beter te weten wie die klant is?

Ik zet me daar toch een beetje tegen af. De webshop doe ik zelf en loopt redelijk. Maar van de webshop alleen kan ik niet bestaan.

Als je nu terugkijkt, wat zou je dan anders doen?

Dan zou het zijn om te zoeken naar iemand die dezelfde filosofie heeft als ik en die de sales en het buitenland meer zou oppakken. Ik weet niet of er zakelijke partners in Nederland te vinden zijn die dat kunnen. Misschien moet je die wel uit de UK of VS halen. In Nederland hebben ze teveel de mentaliteit “doe maar gewoon..”.

Ik heb ook heel lang geroepen ‘netwerken is geen werken’. Maar tegenwoordig is dat het wel. Ik heb daar hetzelfde probleem mee als de dunne marketingverhaaltjes.

Veel succesvolle ontwerpers hebben een stevige partner. Die rollen in een machine waarbinnen jij je ding kunt doen als ontwerper. Ik ben daar te weinig mee bezig geweest. Ik heb me vooral op het product gericht, maar niet op die machine.

 

Vind je het lastig om goed personeel te vinden?

Het is niet moeilijk om leuk personeel te vinden. Maar ik geloof dat ik het wel moeilijk vind om goed personeel te vinden omdat ik meer vraag van de mensen. Ik vraag inzicht en zelfredzaamheid. Mensen die in het begin goed en gemotiveerd zijn, kunnen na een aantal jaren minder worden.

Intrinsiek gedreven mensen zijn moeilijk te vinden want die werken vaak voor zichzelf. Ze zijn bovendien lastig te behouden omdat ze uiteindelijk toch vaak voor zichzelf beginnen.

Waarom ben jij dit eigenlijk begonnen?

Mode is slechts een vehikel voor wat ik echt wil brengen. Ik wil letterlijk de wereld verbeteren. Ik ben dol op vrouwen. Ik heb mannen de gelegenheid gegeven om zich – net als vrouwen – ook goed te verzorgen. Daardoor word je gelijkwaardiger, zit je dichter bij elkaar en heb je meer met elkaar te bespreken.

Je hebt meer plezier in je leven als je mensen tegenkomt die bij jou passen. Het is dus belangrijk om kenbaar te maken wie je bent. Dat doe je door de manier waarop jij je presenteert. Daar komt ook wel echt mijn drive vandaan.

Waarom dan niet wereldwijd?

Ik vind de leer belangrijker dan de preek; ik hoef niet wereldwijd aanwezig te zijn om dezelfde boodschap te verkondigen.

Wat vind je lastig in ondernemen?

Het meest lastige vind ik het managen van mensen. Processen die te maken hebben met mij vind ik eenvoudiger. Die aan de andere kant zitten vind ik lastiger.

Wij produceren alles binnen de EU omdat we dan weten dat het goed gebeurd. En we willen een kleine footprint. We zijn te klein om alle fabrieken te bezoeken. In de EU hebben we de strengste eisen, de beste arbeidsvoorwaarden. In een markt waar een enorme prijsdruk is en daarmee ook je marges onder druk komen te staan, moet je je afvragen of je dat vol kunt houden. Hoe ver ben je bereid te gaan, wat vind je belangrijk?

Commercie was in mijn tijd echt not done. Daar heb ik tot op heden wel last van. Want ik heb wel een heel merk met klanten, leveranciers etc. waarbij commercie dus wel echt belangrijk is eigenlijk.

Het segment waarin ik me begeef heeft een enorm zwaar jaar gehad. Daar heb je als merk helemaal geen invloed op. Als de bakker zijn brood niet verkoopt, dan krijg jij jouw meel ook niet verkocht.

Is het ondernemen minder leuk geworden sinds de crisis?

Jazeker. Het is een zware periode en als je een beetje afstand neemt zie je dat je eigenlijk een enorme verplichting hebt gecreëerd waar je wel mee door moet gaan. Afgelopen zomer heb ik meegedaan met Expeditie Robinson. Daar doe je weer wat je als jongetje deed en ben je weer dicht bij de natuur en de essentie van het leven. Als je terugkomt realiseer je je dat we helemaal zijn vergeten hoe het is om gevoel te hebben met de natuur. Ik heb me toen gerealiseerd dat ik daar meer naar terug verlang.

Waar sta je over 5 jaar?

Ik sta dan ergens op het strand om meer mijn eigen leven te leiden. Het is afgelopen 25 jaar wel echt veel werken geweest. En misschien doe ik daar ook iets van coaching aan creatieven bij.

Of ik werk in een bedrijf dat als het ware als een machine om een ontwerper heen is georganiseerd en waarbinnen ik mijn dromen waar kan maken.

Wat zou je starters nog mee willen geven, heb je nog tips?

Ga eerst leren en kijken bij anderen. Na de academie blijkt dat de wereld er heel anders uit ziet dan je denkt. Zoek medestanders, ga de samenwerking aan.

Comments, vragen

One Response to “Interview modeontwerper Hans Ubbink”

Leave a Reply